Deel 3 schepper mambo

Wil de echte schepper van de mambo a.u.b opstaan?

Beste panelleden mag ik aan u de derde en laatste gast voorstellen: “Beste mensen, ik ben Arsenio Rodriguez en ik ben de echte schepper van de mambo. Ik ben geboren in Matanzas in een grote muzikale familie die rumba en son speelde. Mijn ooms en broers leerden mij conga’s, marimbula, bunga en tres spelen.”

“Mijn familie verhuisde al vroeg naar Havana waar ik mezelf verder specialiseerde in de tres, een instrument met drie verschillende functies. In de jaren dertig begon ik al vroeg met het spelen in son-sextetten en septetten, werd muzikaal leider en componeerde en arrangeerde vele sones. Ook voor bekende orkesten als Casino de La Playa.”

“In deze jaren was de son uitermate populair en dan vooral de son montuno. De son montuno is een liedvorm die bestaat uit vierregelige verzen of copla’s, afgewisseld met een refrein dat uit tienregelige verzen, decima’s, bestaat De son montuno wordt gezongen door twee zangers of door een zanger en een koor die elkaar om beurt afwisselen. Dit wordt montuno genoemd.”

“Het idee van een dialoog tussen twee zangers of een voorzanger en een koor heet ook wel Afrikaanse beurtzang en is typerend voor de son montuno. Dit idee kennen de Congo’s op Cuba, waar ik toe behoor, al heel lang. Ze noemen dit mambo.”

“Ik heb de 12)son montuno , het son-orkest van de jaren dertig en het septet ingrijpend gewijzigd. Ik bracht nogal wat veranderingen aan in de muzikale samenstelling van het septet, ik voegde piano, twee conga’s, een koebel samen met een 13)bongó en drie à vier 14)trompetten toe. Zo ontstond het conjunto. Mijn manier van spelen werd son montuno stijl genoemd.”

“Ik veranderde ook de opbouw van de 15)son montuno die ik uitbreidde met diverse secties: introductie, canto, montuno, solo (tres of piano), break en diablo. In de introductie speelde ik zelf tres en liet ik de trompetten korte ritmische zinnen (diablos of mambos) uit de copla’s spelen. In het canto liet ik de voorzanger het copla met dezelfde korte ritmische zinnen improviseren waar een andere zanger of koor op antwoordde.”

“Ook veranderde ik de rol van de piano, ik jamde regelmatig met Lili Martinez, die op den duur in staat was om de guajeo’s en 16)arpeggio’s van de tres op de piano uit te voeren. Zo kon ik tijdens de solo improviseren op mijn tres.”

“Maar mijn grootste vernieuwing van de son zit in het gedeelte dat ik diablo of mambo noemde. In dit gedeelte liet ik o.a. de trompetten de mambos of guajeo’s blazen. Tresspelers uit de Oriente, het Oosten van Cuba, speelden dit in dialoog met de ritmesectie. Met name conga’s speelden deze ritmesectie in de vorm van tumbao´s.”

“Een van de eerste diablos of mambos die ik op deze wijze componeerde was Yo soy Kanga (1931) en de eerste op de plaat was So, Caballo (1946). Voor die tijd was ik al met mijn conjunto op de radio Mil Diez te horen. ”

“Met mijn conjunto, en later samen met Arcano y su Maravillas, trad ik vaak op voor de radio. Tijdens deze live-optredens waren Mr. Perez Prado, 17)Bebo Valdés en René Hernandez altijd aanwezig om te kijken en te luisteren. Ze bleven dan tot het eind toe om me na afloop te vragen welke muziek mijn conjunto speelde want dit kende ze niet!”

“In de jaren vijftig en begin jaren zestig traden we ook regelmatig op in New York en speelden vaak samen met Machoto, het orkest van Tito Puente, maar ook met dat van Perez Prado in het Palladium.”

“Er is geen twijfel over dat de Lopez-broers een belangrijke rol gespeeld hebben in de vroege ontwikkeling van dit genre en dat Perez Prado een zeer belangrijke bijdrage heeft geleverd aan de verdere ontwikkeling en verspreiding van de mambo. Maar, de mambo heeft maar een tata (vader) en dat is deze afstammeling van de Congos uit Afrika, wiens naam ook Kasavubu of Lumumba had kunnen zijn, maar geregistreerd staat als Ignacio Arsenio Scull, Matanzas, Cuba. Sala Maleko,” aldus Ignacio Arsenio Scull.

Panel, nu is het aan u om te beslissen wie in uw ogen de werkelijke schepper van de mambo is, Orestes en Cachao Lopez, Pérez Prado of Arsenio Rodriguez. Pak uw bordjes met de cijfers 1,2, 3 op uw schoot en we gaan snel zien of u de juiste keuze heeft gemaakt.

Wil dan nu de echte schepper van de mambo alstublieft opstaan! Even is er een kort gestommel te horen en dan staan alle drie de kandidaten op!. Hier nu het resultaat, u hebt allemaal gelijk. Het is een gemeenschappelijke inspanning geweest. Alle drie de kandidaten zijn samen de echte scheppers van de mambo!

 

12)De son montuno of Afro-Spaanse ballade is een zeer oude muziekvorm waarvan de oorsprong ligt in de Spaanse Gouden Eeuw, gezongen en gespeeld door Afro-Spaanse troubadours op gitaar, cajon en pantera.
13)Arsenio Rodriguez was de eerste die 2 conga’s, conga en tumbadora, samen met bongó en koebel in de son introduceerde. Dit kennen we uit de rumba. Hij liet deze conga’s tumbaos spelen gebaseerd op de 2/3 of 3/2 son-clave. Deze clave werd door de bongosero op koebel uitgevoerd.
14)Arsenio kwam op het idee om trompetten op te nemen door terug te grijpen op de 19e eeuwse Afro-cubaanse processies te Matanzas, waar het gebruikelijk was om liederen of mambos met trompetten ten gehore te brengen.
15)Arsenio Rodriguez bleef de traditie van Afro-cubaanse Trova trouw door in zijn liederen in dichtvorm, sones, de achtergestelde positie van de zwarte bevolking op niet mis te verstane wijze te bekritiseren.
16)Arpeggio’s zijn korte, oplopende akkoorden ook wel snelle ‘loopjes’ genoemd, die in de son gespeeld worden door de tres, ze zijn afkomstig van de Afrikaanse (hand en duim) piano, de sanza, waar ze veelvuldig gebruikt worden.
17)Bebo Valdés, pianist en de vader van Chucho Valdés grondlegger van Irakere, is de uitvinder van de batanga, de voorloper van de moderne timba, een son montuno met veel scherp geblazen mambos, René Hernandez was de arrangeur en componist van het orkest van Machito.