Deel 2 schepper mambo

deel II vervolg

Wil de echte schepper van de mambo a.u.b opstaan?

Beste panelleden, ontmoet nu kandidaat nummer 2: “Ik ben Damaso Perez Prado en ik ben de echte schepper van de mambo. Ik ben geboren in Matanzas op Cuba alwaar ik een opleiding tot pianist voor charanga heb genoten. Daarna verhuisde ik in 1942 naar Havana waar ik achtereenvolgens werkte als pianist, componist,6) kopieerder van muziekstukken en als bandleider.”

“Ik heb in verschillende bands gezeten en kwam op een gegeven moment bij het zeer populaire Cubaanse jazzorkest Casino de La Playa . Al in de jaren dertig experimenteerde dit orkest met de son en het was voor het eerst dat een yazzorkest een tumbadora-trom in de bezetting opnam. Ik speelde hier piano en verzorgde de composities voor dit orkest.”

“Na optredens hielden we met dit orkest regelmatig jamsessies waar ik als pianist samen met de tresero jamde. Zo kwam ik op het idee van de mambo. Ik componeerde in 1945 het stuk “La ultima noche” voor het orkest 7)Casino de La Playa waarin ik een mambo-sectie opnam. In deze sectie liet ik een dialoog of mambo spelen tussen de saxen die guajeos speelden, de trompetten die improviseerden en de bas en tumbadora die gesyncopeerde tumbaos speelden.“

“In de jaren 40 was ik ook een grote bewonderaar van Stan Kenton met zijn jazz bigband en zijn 8)progressieve jazz , met veel saxen en trompetten. Ik arrangeerde mijn mambos in de stijl van Stan Kenton, maar niemand wilde in Havana mijn bigband mambos spelen. Ik werd
geboycot en moest uitwijken naar Mexico. In Mexico City formeerde ik een nieuwe bigband in de stijl van Kenton, met Benny Moré als zanger. Met deze band trad ik op in alle grote bekende clubs van Mexico City. Niet alleen ik, maar alle andere bandleden dansten en zongen tijdens onze optredens. We waren een grote sensatie, dit leverde ons dan ook veel werk op in de filmstudio’s. Er zijn verschillende Mexicaanse films gemaakt waarin ik met mijn band optreed, deze films zijn in heel Latijns-Amerika een groot succes geweest.”

“In Mexico kreeg ik de ruimte om mijn ideeën verder uit te werken, ik voegde een mambo-sectie toe waarin ik in dialoog of mambo de saxen9) riffs of guajeos liet spelen en de trompetten de melodie. Of juist andersom, de trompetten speelden dan de guajeos of riffs en de saxen de melodie terwijl ik de bas en tumbadora gesyncopeerde tumbaos liet spelen. De eerste mambo in dit genre is José die ik in 1949 op plaat liet vastleggen. De mambo is dus geboren in Mexico.”

“Ik ontwikkelde in deze periode ook de mambo-caen en de mambo-batiri (een mambo-rumba), de eerste is wat rustiger en de tweede is snel, ik schreef verschillende mambos-batiri waarop dansers uit het publiek pantomimes opvoerden. Ik schreef bijvoorbeeld een taxichauffeur-mambo en de dansers speelden dan een pantomime van taxichauffeur.”

“In Mexico maakte ik nog een Mexicaanse film ‘Al son del Mambo (1950’ met een geweldig danspaar, Ninon Sevilla en Kito Mendive. Daarna vertrok ik met mijn band naar de VS en trad eerst op in Los Angeles en later in New York in het Palladium. Hier ontmoette ik de danseres en choreografe 10)Kathrine Dunham met wie ik de film ‘Mambo (1954)’ maakte.”

“Zoals ik u al vertelde kom ik uit 11)Matanzas en ik ben dus een man van de natuur. Ik verzamelde geluiden uit de natuur, zoals uitroepen van dieren en verschillende natuurritmes, geluiden die je door elkaar heen hoort. Zo kwam ik op het idee van de mambo of dialoog waarbij ik verschillende ritmes over elkaar heen legde. Dat is dan ook de betekenis van het woord mambo voor mij,“ aldus Damaso Perez Prado.

Beste panelleden ontmoet nu kandidaat nummer 3.
zie deel III plus ontknoping!

5)Tumbao - Een herhaald ritmisch patroon voor de bas (die als conga trom fungeert) en de tumbadora trom, gebaseerd op de fundamentele 3/2 of 2/3 son-clave. De bassist’s tumbaos, “de conga”, verzorgen het fundament voor het constante, ritmische geheel van bas, timbales en tumbadora. Het concept van 3 drums en een koebel is zowel afkomstig uit de son montuno als uit de rumba.
6)Prado werkte voor een Amerikaanse maatschappij en kopieerde composities van diverse musici waaronder die van Arsenio Rodriguez die blind was, hiervoor vloog hij regelmatig naar New York.
7)Een jazzorkest opgericht door Miguelito Valdes dat afro-sones gecomponeerd door Arsenio Rodriguez ten gehore bracht die op verschillende plaatopnames op tres en conga meespeelde.
8)Progressieve jazz is een bigband stijl waarbij de ritme-sectie een riff speelde en de 5 saxen agressief, de belang- rijkste melodie speelden, de 4 trompetten al schreeuwend een andere melodie speelden en de 5 trombones speelden ook weer een eigen melodie, iedere sectie speelde een aparte melodie die over elkaar gelegd werd. Dit concept hanteerde ook Perez Prado, echter de melodieën werden vervangen door over elkaar gelegde afzonderlijke ritmen die hij door 4 saxen, 4 trompetten en 1 trombone, gelijk drums, liet spelen.
9)Riffs zijn herhaald terugkerende,melodisch-ritmische zinnen of patronen voor b.v. de jazzpiano, afgeleid van de herhalende vraag- en antwoordpatronen uit de West-Afrikaanse muziek. Perez Prado als pianist en arrangeur van het Cubaanse jazzorkest Casino de La Playa had de overeenkomst ontdekt tussen de riffs voor de jazzpiano en de montunos of mambos in de Cubaanse sonmuziek.
10)Kathrine Dunham is de grondlegster van de afro-amerikaanse jazzdans, hiervoor deed zij studies naar afrikaan- se en afro-amerikaanse dans, met name in Cuba en Haïti, waar zij tot Vodun-priesteres of Mambo gewijd werd. Kathrine Dunham gebruikte haar studies om danschoreografieën te ontwikkelen. Zij had een dansstudio in New York en velen van haar leerlingen dansten in het Palladium en schiepen de Palladium Mambo.
11)Matanzas is de bakermat van de rumba, Perez Prado is door de rumba sterk beïnvloed, zo kent men in de rumba guaguanco de dialoog/mambo tussen voorzanger en koor die capetillo genoemd wordt verder wordt in de rumba columbia, het over elkaar heen leggen van tromritmes door de rumbapercussionisten ook met mambo aangeduid.