Deel 1 schepper mambo

Wil de echte schepper van de mambo a.u.b opstaan?

In het Nederland van de jaren 70 en 80 kende men een uitermate populaire quiz “Wie van de Drie” geheten waarin een panel, bestaande uit 4 bekende personen, moest raden wat het beroep was van de uitgenodigde gasten.
Onder leiding van een showmaster mochten de panelleden een 10-tal vragen stellen aan de gasten en na afloop werd gevraagd of de werkelijke.. a.u.b. wilde opstaan. Dit programma draaide met veel succes op de Nederlandse televisie door met name de bijdragen van diverse panelleden waaronder de acteur Albert Mol.

In onze simulatie van “Wie van de Drie” bent U, geachte lezers, de panelleden, en zijn onze gasten artiesten, die allemaal claimen dat zij de schepper of uitvinder van de mambo zijn. Ieder van hen zal zijn zaak voor U presenteren; helaas zult U niet instaat zijn vragen te stellen. Na ampel beraad wordt U uitgenodigd de echte schepper van de mambo aan te wijzen. Onze gasten zijn de gebroeders Oreste en Cachao Lopez, Damas Perez Prado en Arsenio Rodriguez.

Ontmoet a.u.b. de gebroeders Lopez, allereerst Orestes. Mijn naam is Orestes Lopez ik ben evenals mijn broer geboren in Havana en wij komen uit een muzikale familie. De meeste van mijn familieleden hebben een klassieke opleiding genoten en speelden in diverse orkesten in Cuba; ikzelf heb een opleiding tot cellist genoten en mijn broer een opleiding tot bassist.

In tegenstelling tot de andere familieleden speelden wij in populaire muziekbands zoals het charanga-orkest van Antonio Arcano dat Arcano y sus Maravillas heette en waarvan Arcano, fluitist en directeur was dat tussen 1937 en 1958 in Cuba uitermate populair was.

Arcano had onder invloed van de economisch crisis van de jaren 30 en de populariteit van de son in Havana het charanga gemoderniseerd, hij voegde een tumba of tumbadora-trom aan zijn charanga toe. Ik werd in 1938 als cellist/violist lid van zijn charanga. Samen met mijn broer componeerden wij vele composities voor dit succesvolle charanga-orkest.

Mijn broer en ik experimenteerden al veel in de jaren 30 met nieuwe ideeën in de muziek. Wij brachten veranderingen aan in de danzon die in het begin moeilijk geaccepteerd werden. De originele danzon bestond uit 4 delen. Onze danzon had een andere opbouw, van de introductie ging je meteen over naar het tweede deel, het vioolgedeelte en dan naar het laatste gedeelte dat we mambo noemden.

Arcano begon dan met een dialoog of mambo tussen zijn fluit improvisaties. De violen die guajeos speelden en de ritmesectie van de bas en de tumba, gesyncopeerde tumbaos. Arcano noemde deze nieuwe manier van spelen danzon con nuevo ritmo of danzon-mambo.

Mijn naam is Israel Cachao Lopez, bassist. In 1937 waren Orestes en ik op zoek naar iets nieuws, iets swingend; we wilden de danzon moderniseren en zo kwamen we op het idee van de mambo. Dit orkest begon vanaf 1937 één bepaald door mij ritme, als bassist gespeeld tumbao , wat ik mambo noemde.

Het woord mambo betekent in de taal van de Congos op Cuba, een verhaal, een met voor- zanger en koor gezongen verhaal. Wat mijn broer en ik deden was het idee van een verhaal, gezongen door voorzanger en koor met onze melodieën, onze muziek en de tumbao die door mij op de bas gespeeld wordt, samen te voegen. Dit is mijn versie van het woord mambo.

Wij en Arcano met zijn charanga orkest Arcano y sus Maravillas waren de eersten die dit type genre in 1937 speelden en niet Arsenio Rodriguez met zijn Diablo of Perez Prado met zijn bigband Mambo.

Beste panelleden ontmoet nu kandidaat nummer 2.
zie deel II
1) Een modern charanga bestaat uit 2 violen, een piano, een bas, een tumbadora, een fluit, guiro en timbales.
2 )Arcano begon in de jaren dertig in social clubs van de zwarte arbeidersklasse te spelen zoals Buena Vista, waar de son heer en meester was, hier speelde hij danzones voor de zwarte arbeidersklasse. Onder invloed van de son ontwikkelde hij en populariseerde hij zijn danzon met een nieuw ritme, de danzon-mambo.
3) Danzón is een Creoolse muziek en een parendans afgeleid van de Contredanse een soort Franse quadrille die de Haïtiaanse plantagehouders en hun slaven, die deze dans Tumba Francesa noemden, mee naar Cuba namen. In de 19 eeuwse salons in Matanzas voerden Franse kamerensembles de contredanse die erg populair was. Hier ondergaat de contredanse onder invloed van de zwarte componist M. Failde verandering, waarvan het tango-ritme de belangrijkste is.
4) Mambos of guajeos zijn geplukte melodisch-ritmische patronen die tresspelers gebruiken. In de son worden deze guajeos eveneens op de piano gespeeld en montunos genoemd.