- Zouk vs Salsa
Zouk vs Salsa?
Muziek en dans lijken mij bedoeld ter ontspanning en plezier van en voor iedereen.
Sommigen schijnen er echter anders over te denken en menen hier strijd en oorlogsvoering in te zien: keiharde concurrentie!
Concurrentie vind ik niet ongezond; het kan partijen motiveren boven zichzelf uit te stijgen! In het ultieme geval zelfs tot elkaar brengen! Vanwaar anders de NMa? Zogenaamde kampen spreken zelfs vol respekt over gewaardeerde concullagae!
Een onzer redactieleden ontdekte een opmerkelijk artikel in de Volkskrant waarvan ik dacht, publiceren!
Een stuk wat meteen bedenkingen bij mij opwekte en welke ik je niet kon onthouden. Wie zit hier werkelijk achter? Wat is het doel hiervan? Wat zit de schrijfster hiervan dwars?
Ik ben een fervent salsaliefhebber, niet zozeer zoukliefhebber. Toch stimuleer ik de zoukscene graag. Dj's vraag ik zo af en toe een zouknummer
te draaien. Op onze salsasocials hebben we zelfs zoukworkshops en shows geintroduceerd!
Zouk en salsa, geen moment gedacht aan tegenstellingen. Wel aan exotische stromingen die
mensen tot elkaar brengen.
Ik hoop dat dit artikel (Volkskrant) niet tot verdeeldheid leidt, wat de schrijfster van het gewraakte artikel beoogt. Laten we allen plezier maken en genieten van zouk en ....salsa, zoals het ook moet kunnen van Andrea Bocelli en Ali B!
Tormente!
Nu toch wel benieuwd?
Veel plezier ermee hieronder!
-------------------------------------
High-drop en hair-moves!
Zouk dansen wint aan populariteit in Nederland. Wie eraan verslingerd raakt, moet naar Sao Paulo om het in zijn mooiste vorm te zien – en te leren.
Door Sacha Bronwasser. (Volkskrant)
Als het maar geen klein mannetje is. Ik doe een schietgebedje, terwijl ik achteruit schuifel, de ogen gesloten, door de danszaal van de Buena Vista Club in down town Sao Paulo. Degene tegen wie ik aan bots, wordt mijn eerste danspartner – dat meende ik te begrijpen van de onvermoeid in de microfoon ratelende dansleraar. We hebben al een half uur staan rekken en strekken, de eerste passen gezet en onze buurmannen en -vrouwen omhelsd om van de contactangst af te komen. Nu gaan we dansen.
Even later hang ik aan de schouders van de Braziliaanse reus Ousman. Geen Engels, zegt hij met een brede grijns. Maar dat is ook niet nodig. De muziek begint en daar gaan we, daoeng-tschik-tschik, daoeng-tschik-tschik, we draaien, we kruisen, en dan gebeurt het. Ineens val ik achterover, mijn kruin bijna op de dansvloer.
Ik juich. Dit is mijn eerste zouk-high-drop! En ik leef nog!
Niet veel later op de avond verkruimelt het opgebouwde zelfvertrouwen weer snel. Een vrouw met heuplang stijl zwart haar in een groen broekpakje zwiert als een turnlint in de armen van haar danspartner. Haar haar volgt als vertraagd haar bewegingen, nu eens draait ze wild uit als een gyroscoop, dan weer kleeft ze aan de man alsof er niet twee personen, maar één lichaam over de dansvloer gaat.
De zes maanden zwangere Sabrina zweeft, met prachtige kleine bewegingen. En even verderop doet een geblondeerde dame, een brede rug overbloezend uit haar rijk gevulde strapless jurk, dezelfde bewegingen maar dan in het groot. Een getemde orkaan. Mijn mond valt open – en mijn rug doet zeer.
Zouk. In Sao Paulo uitgesproken als ‘zouky’. Het lijkt erop dat de Braziliaanse vorm van deze Kaapverdische dans een serieuze concurrent wordt voor salsa in Nederland. Dat wil wat zeggen, want salsa kun je sinds tien jaar dansen van Den Helder tot Maastricht, zeven dagen per week. Van bollenpelster tot chirurg staan de hele avond op de dansvloer, er wordt nauwelijks gedronken en gerookt en er wordt volop gedatet.
Vervelend bijverschijnsel is een al te groot fanatisme. Beginners komen niet aan bod, streberige mannen werken in razend tempo hun repertoire aan ingewikkelde draaien af, en vrouwen snijden elkaar de pas af in de run op goede salseros.
Zo’n drie jaar geleden dook er een vreemd element op tussen de schetterende, snelle salsanummers. Wat was toch die slepende muziek waar je met geen mogelijkheid passen op gedaan kreeg? En wat was die man daar toch raar met die vrouw in de weer, haar af en toe ronddraaiend als een ledepop, waarbij zij haar haar als een zweep in het rond liet slaan?
Dat was zouk. Sensueel, close en spectaculair. Vooral de bewegingen van de vrouw, met haar hair-moves, lijken direct tot een nekbreuk te leiden. Het was nieuw en het duurde even voor het aansloeg.
‘Ik dacht altijd dat ik wel een goede danser was’, zegt dansleraar Claudio Gomes van de Amsterdamse dansschool Zouklovers als ik bij hem langs ga voor een eerste les. ‘Maar toen ik voor het eerst zouk zag dansen, was ik diep ontroerd. Het was een veel completere, gevoelsmatige dans. Ik heb nooit meer salsa gedanst.’ Inmiddels leidt Gomes een hele serie leraren op die in het hele land lesgeven.
Claudia de Vries van dansschool Brasazouk zag de belangstelling zo groeien dat ze vorig jaar voor het eerst een groot internationaal zouk-congres in Amsterdam organiseerde. Een meerdaags evenement met workshops, uit de hele wereld ingevlogen leraren, wedstrijden en feesten. Op de afgelopen editie, vorig weekend, kwamen honderden deelnemers uit Spanje, Engeland, Amerika en natuurlijk heel Nederland. ‘Nederlanders hebben misschien wat meer moeite met het sensuele aspect’, zegt zij. ‘Het ziet er zo intiem uit. Maar dat is alleen een probleem in het hoofd van de toeschouwer, niet van de dansers. Die voelen zich vooral mooi.’
Nederland, zegt Braziliaan Claudio Gomes, is in korte tijd de Europese capitol of zouk geworden; de reden waarom hij er gebleven is.
In de echte hoofdstad van de zouk, Sao Paulo, komt Philip Miha (38) ’s avonds laat de afgesproken bar inlopen. Gympen, sporttas – hij heeft net een volleybalteam getraind. De bescheiden sportleraar, een Griekse Braziliaan geboren in Zuid-Afrika, is me door alle bronnen aangeraden als dé zoukman in Sao Paulo.
‘Philip’ (zoals alle Brazilianen gebruikt hij zijn achternaam niet) geeft openbare zouklessen in clubs en zag in korte tijd zijn cursisten groeien van tientallen naar honderden mensen per week. Daarbij organiseert hij zouk-weekenden en -kampioenschappen, traint hij zouk-showteams en reist hij zouk-congressen over de hele wereld af.
‘De dans sloeg hier pas echt goed aan toen de eerste Franse zouknummers in het Portugees vertaald werden, eigenlijk pas sinds een jaar of twee. En nu hebben we een paar goede Braziliaanse zouk-artiesten, zoals de zangeres Aisha, en een paar live bands’, zegt Philip.
Tot mijn verbazing had ik eerder die week niet alleen Madonna, maar ook jarentachtig-krakers als Big in Japan (van de huilerige band Alphaville) en Toto’s Africa in zouk-versie heb gehoord. Die blijken bedoeld als lokkertjes. ‘Ze klinken bekend en daardoor is het voor beginners minder eng om de dansvloer op te gaan.’
Zelf begon Philip Miha te dansen als chaperon van zijn jongere zus in de clubs van Sao Paulo. Op zijn twintigste toerde hij door Europa als danser en choreograaf, en surfte hij mee op de lambada-golf. Zouk, zegt hij, is veel en veel meer dan alleen maar lekker dansen. ‘Het is een levensstijl geworden’, zegt hij. ‘Het is vriendelijk, heel sociaal. Er ontstaan zoukgemeenschappen van mensen van allerlei leeftijden, die gelijkgestemden vinden.’ En dat is in een megastad als Sao Paulo, een betonjungle met meer dan achttien miljoen inwoners, heel belangrijk.
Dat Philip Miha niet overdrijft, zie ik de volgende avond in de Carioca Club, duidelijk een club zonder poeha. Het bier komt in blikjes en op de dansvloer staan zowel glitterjurken als spijkerbroeken. De ober geeft me een plaats aan een tafel waar net een verjaardag wordt gevierd. Afwisselend moet er nu gedanst en taart gegeten worden (of tegelijk) met de jarige Alexander en zijn vrienden.
Het verschil met salsa is hier duidelijk te zien. De hoekige, strakke accenten en de soms plichtmatige gebaartjes zijn afwezig. Geen gedoe met flesjes water, geen zweetdoekjes, geen stuntwerk op de vloer (behalve die ene salto dan). Een soepele rug en nek zijn wel handig, maar ingewikkelde figuren zijn er niet. Belangrijker is dat er niet op, maar ín de muziek gedanst wordt.
Heel prettig: een beginner wordt hier juist als een uitdaging gezien. De meest bescheiden poging levert een regen aan complimenten op van Mauro, Julie, Ikan, Jorge en alle andere kersverse zoukvrienden. Zelfs het korte haar wordt bemoedigend geaaid. Dat groeit wel aan.
